Project Leeskwartier
Nu de colleges zijn afgelopen en we niet de tijd heb gehad
om jullie van interessante stof omtrent mediawijsheid te voorzien, is het even
stil geweest. Vandaag weer een update, namelijk over de eindopdracht waar wij -
Puck, Anne, Aniek en Laura - ons momenteel mee bezig houden. De opdracht had
als doel een (lopend) mediawijs project te zoeken en deze te evalueren aan de
hand van punten die in de colleges naar voren zijn gekomen (denk aan 1.0 en
3.0, privacy en netwerken). Het was echter ook toegestaan om, zoals wij
uiteindelijk aan de slag zijn gegaan, een mediawijs project te bedenken. Wij zijn namelijk terecht gekomen bij
uitgeverij Zwijsen in Tilburg. Zij hebben het project 'Leeskwartier', dat vrij
lezen voor kinderen wil stimuleren aan de hand van een project op basisscholen
dat zes weken duurt. Daar wordt niet alleen iedere dag een kwartier gelezen, er
worden ook klassikale opdrachten uitgevoerd. De serie boekjes vertellen over
dezelfde hoofdpersonen en hebben vergelijkbare verhaallijnen, maar kunnen los
van elkaar gelezen worden. Tevens zijn de boekjes van verschillende omvang en
avi-niveaus. Elke week kan er van een grote bijpassende kalender een opdracht
worden gedaan, die door de leerkracht wordt begeleid. Dit kan tevens een
digitale opdracht zijn, die veelal met input vanuit de klas door de leerkracht
wordt uitgevoerd op bijvoorbeeld een digibord.
![]() |
| Kalender en serie boekjes 'Leeskwartier' |
Nu waren wij zelf enorm geïnteresseerd in dit project,
aangezien we van mening zijn dat lezen belangrijk is en dus bij jonge kinderen
gestimuleerd zou moeten worden. Ook de inhoud en de uitvoering van het project
sprak ons erg aan en dus besloten wij Zwijsen te contacteren voor een gesprek,
dat wij gelukkig kregen op maandag 23 april. De week ervoor was het tijd voor
een #durftevragen-sessie met een ander groepje uit de cursus, waarbij we ons
hadden verdiept in elkaars project en feedback konden vragen of informatie konden putten uit
verschillende, nieuwe ideeën van anderen. We wisten nog maar half wat we wilden
doen, maar de #durftevragen-sessie heeft verheldering gebracht. In plaats van
ons oorspronkelijke idee – ons richten op Leeskwartier in het algemeen - werd
ons ten zeerste aangeraden ons slechts de focussen op één leeftijdscategorie.
Gaan we voor groep 4-5, de jongste categorie met veel uitdagingen, of gaan we
voor groep 7-8, die misschien wat gemakkelijker is maar waarbij de kinderen al
zo veel kunnen met media? We hadden iets om over na te denken.
Na hard te hebben nagedacht hadden we een lichte voorkeur
voor groep 4-5, omdat kinderen op die leeftijd al voor het eerst online zijn
geweest en al met digitale middelen om leren gaan. Toen was het tijd voor ons
gesprek. Na een uur durend gesprek met twee medewerksters van de uitgeverij
waren we een stuk wijzer, en naar mijn idee van beide kanten ook nog een stuk
enthousiaster. Dit klonk als een leuke samenwerking waarbij we elkaar goed van
dienst konden zijn. We kregen, zoals op de foto te zien is, zelfs een serie
boekjes en kalenders mee, om ons in het product te kunnen verdiepen. Wat
betreft de ideeën voor de uitwerking leken we ook op één lijn te zitten. Voor
ons dus de taak om de losse, oppervlakkige ideeën die uit het gesprek naar
voren waren gekomen uit te werken tot een mooi, compleet advies en van
toepassing op het huidige Leeskwartier. Dat is dan nu ook precies waar we mee
bezig zijn.
Het gesprek
- Zwijsen heeft in dit project bewust gekozen voor weinig digitale media. Tijdens de ontwikkeling van het project in 2009 wilden ze al wel iets interactiefs toevoegen in plaats van alleen papiergebruik. Er is toen gekozen voor de mogelijkheid om ook een digibord te gebruiken door digitale opdrachten toe te voegen. Deze opdrachten zijn echter ook enkel met de kalender uitvoerbaar. De opzet was nooit om het helemaal digitaal te maken omdat veel scholen nog niet over een digitaal schoolbord beschikten. Het laatste wat je wilt is scholen uitsluiten van het project. De digitale opdrachten zijn dus puur optioneel. Dat zie je ook aan de opdrachten, ze zitten vrij eenvoudig in elkaar. Ze zijn meer bedoeld om de beleving van Leeskwartier in de klas iets te vergroten. Het is nog steeds een keuze van de leerkracht om dat wel of niet in te zetten. Tegenwoordig beschikken de meeste scholen over een digibord. Hier ligt dus een kans voor ons.
- Leeskwartier is gericht op vrij lezen in de klas. Het is de bedoeling dat er ruimte voor gecreëerd wordt. Leeskwartier kan ook laagdrempelig ingezet worden, waarbij er slechts een kwartier gelezen wordt. Kinderen kunnen enthousiast gemaakt worden door ze opdrachten te laten uitvoeren en samen te werken. Ook de samenhang van de boekjes nodigt uit tot interactiviteit en verwerking, de kinderen kunnen er met elkaar en met de leerkracht over praten.
- Er zijn 8 boekjes per jaargroep met dezelfde hoofdpersonen. Zwijsen hoopt dat de kinderen elkaar stimuleren om bepaalde boekjes te lezen. De boekjes zijn van verschillend avi-niveau en hebben een verschillende omvang. De kinderen mogen echter boeken van elk niveau en omvang lezen.
- Zwijsen wil in de toekomst zeker meer digitaal gaan werken. Het keerpunt moet echter nog komen. Voorheen werd er allereerst gekeken naar het boek en vervolgens naar eventuele digitale aanvullingen, nu is het eerder andersom. Kinderen leren ook steeds eerder en beter om te gaan met digitale middelen. Men kan er in de toekomst immers niet meer omheen.
- Kinderen zijn gemiddeld 3,9 jaar wanneer ze voor het eerst online gaan. De medewerksters van Zwijsen beaamden dit. Haar kinderen van 1,5 en 3 spelen ook op de iPad. Waar het om gaat is dat die jonge kinderen van thuis uit al gestimuleerd worden en de middelen aangereikt krijgen. Van daaruit wordt de drempel voor de kinderen om daar iets mee te doen veel lager. We willen met digitale middelen het lezen stimuleren. We denken dat leerkrachten gebaat zijn bij nieuwe ontwikkelingen, zodat ze de interesse van de kinderen kunnen vasthouden.
- Kinderen vinden het interessant, het nodigt uit om actief te zijn, terwijl een boekje passief is. Wat Zwijsen zelf al aangaf: een boekje kan als ‘suf’ beschouwd worden. In een groep en 'samen' met de andere kinderen lezen is al leuker, maar op een iPad is het nog interessanter.
- Ook op latere leeftijd is dit het geval. De doelgroepen die minder graag gaan lezen kunnen meer gestimuleerd worden door het gebruik van digitale middelen. In groep 3-4 wordt nog veel gelezen (het lukt net en de kinderen zijn daar heel trots op), maar vanaf groep 5 zitten ze allemaal op een sport en willen ze uit school afspreken. De vrijetijdsbesteding verandert. De kinderen beschikken dan ook bijna allemaal over een spelcomputer.
- Ook competitie wordt gezien als een belangrijke motivatie (vooral bij jongens), dit willen we dan ook zeker meer aanwezig maken.
- Er is geen weerstand tegen een e-book of tablet, het gaat uiteindelijk om het lezen zelf. Of het nu om het fysieke boek gaat of een digitale methode, uiteindelijk moet de uitgeverij er wel aan verdienen.
- Op dit moment ontwikkelt Zwijsen wel digitale prentenboeken voor een kinderboeken-app, zowel voor de scholenmarkt als consumentenmarkt.
- Interessante vraag is nu dus ook, ga je boeken herdrukken of ga je digitaal? Digitaliseren heeft als voordeel dat je geen risico loopt met voorraden die op de planken blijven liggen. Daarentegen moet altijd de meerwaarde van Zwijsen in de methoden terugkomen. Bijvoorbeeld de uitleg van moeilijke woorden of klanken laten uitspreken die dyslectische kinderen helpen met lezen. Digitaal is hier natuurlijk veel meer ruimte voor.
- Nu wordt het digitale gedeelte van Leeskwartier door de leerkracht bestuurd, die bij het schoolbord gaat staan. Hij kan wel eens iemand naar voren roepen. Wat zijn de mogelijkheden voor kinderen om meer zelfstandig te werken met de digitale middelen?
- Welke mogelijkheden zien wij in het product?
Brainstormen
Maandag 7 mei hadden we een brainstormsessie waar we onze ideeën iets concreter besproken. Zwijsen staat open voor het idee om iets niet-digitaals (het lezen) te stimuleren met digitale middelen. Dit was voor ons natuurlijk een heel belangrijk gegeven, aangezien mediawijsheid en 3.0 altijd gepaard gaat met digitalisering. Daarnaast vonden zij het juist interessant als wij los van eventuele financiële en praktische belemmeringen met het project aan de slag zouden gaan, alle ideeën waren welkom.
Uiteindelijk komen we tot de conclusie dat we vooral het spelelement en het competitie-element willen benadrukken. Daarnaast willen we ook aanvullen dat de kinderen elkaar nodig hebben, met elkaar spelen en ook elkaar helpen. Vanwege de verschillende groepen bij Leeskwartier kun je per klas voor een ander soort spelletje gaan, nu is het nog zo dat de digitale opdrachten vrijwel hetzelfde zijn.
- Zwijsen heeft in dit project bewust gekozen voor weinig digitale media. Tijdens de ontwikkeling van het project in 2009 wilden ze al wel iets interactiefs toevoegen in plaats van alleen papiergebruik. Er is toen gekozen voor de mogelijkheid om ook een digibord te gebruiken door digitale opdrachten toe te voegen. Deze opdrachten zijn echter ook enkel met de kalender uitvoerbaar. De opzet was nooit om het helemaal digitaal te maken omdat veel scholen nog niet over een digitaal schoolbord beschikten. Het laatste wat je wilt is scholen uitsluiten van het project. De digitale opdrachten zijn dus puur optioneel. Dat zie je ook aan de opdrachten, ze zitten vrij eenvoudig in elkaar. Ze zijn meer bedoeld om de beleving van Leeskwartier in de klas iets te vergroten. Het is nog steeds een keuze van de leerkracht om dat wel of niet in te zetten. Tegenwoordig beschikken de meeste scholen over een digibord. Hier ligt dus een kans voor ons.
- Leeskwartier is gericht op vrij lezen in de klas. Het is de bedoeling dat er ruimte voor gecreëerd wordt. Leeskwartier kan ook laagdrempelig ingezet worden, waarbij er slechts een kwartier gelezen wordt. Kinderen kunnen enthousiast gemaakt worden door ze opdrachten te laten uitvoeren en samen te werken. Ook de samenhang van de boekjes nodigt uit tot interactiviteit en verwerking, de kinderen kunnen er met elkaar en met de leerkracht over praten.
- Er zijn 8 boekjes per jaargroep met dezelfde hoofdpersonen. Zwijsen hoopt dat de kinderen elkaar stimuleren om bepaalde boekjes te lezen. De boekjes zijn van verschillend avi-niveau en hebben een verschillende omvang. De kinderen mogen echter boeken van elk niveau en omvang lezen.
- Zwijsen wil in de toekomst zeker meer digitaal gaan werken. Het keerpunt moet echter nog komen. Voorheen werd er allereerst gekeken naar het boek en vervolgens naar eventuele digitale aanvullingen, nu is het eerder andersom. Kinderen leren ook steeds eerder en beter om te gaan met digitale middelen. Men kan er in de toekomst immers niet meer omheen.
- Kinderen zijn gemiddeld 3,9 jaar wanneer ze voor het eerst online gaan. De medewerksters van Zwijsen beaamden dit. Haar kinderen van 1,5 en 3 spelen ook op de iPad. Waar het om gaat is dat die jonge kinderen van thuis uit al gestimuleerd worden en de middelen aangereikt krijgen. Van daaruit wordt de drempel voor de kinderen om daar iets mee te doen veel lager. We willen met digitale middelen het lezen stimuleren. We denken dat leerkrachten gebaat zijn bij nieuwe ontwikkelingen, zodat ze de interesse van de kinderen kunnen vasthouden.
- Kinderen vinden het interessant, het nodigt uit om actief te zijn, terwijl een boekje passief is. Wat Zwijsen zelf al aangaf: een boekje kan als ‘suf’ beschouwd worden. In een groep en 'samen' met de andere kinderen lezen is al leuker, maar op een iPad is het nog interessanter.
- Ook op latere leeftijd is dit het geval. De doelgroepen die minder graag gaan lezen kunnen meer gestimuleerd worden door het gebruik van digitale middelen. In groep 3-4 wordt nog veel gelezen (het lukt net en de kinderen zijn daar heel trots op), maar vanaf groep 5 zitten ze allemaal op een sport en willen ze uit school afspreken. De vrijetijdsbesteding verandert. De kinderen beschikken dan ook bijna allemaal over een spelcomputer.
- Ook competitie wordt gezien als een belangrijke motivatie (vooral bij jongens), dit willen we dan ook zeker meer aanwezig maken.
- Er is geen weerstand tegen een e-book of tablet, het gaat uiteindelijk om het lezen zelf. Of het nu om het fysieke boek gaat of een digitale methode, uiteindelijk moet de uitgeverij er wel aan verdienen.
- Op dit moment ontwikkelt Zwijsen wel digitale prentenboeken voor een kinderboeken-app, zowel voor de scholenmarkt als consumentenmarkt.
- Interessante vraag is nu dus ook, ga je boeken herdrukken of ga je digitaal? Digitaliseren heeft als voordeel dat je geen risico loopt met voorraden die op de planken blijven liggen. Daarentegen moet altijd de meerwaarde van Zwijsen in de methoden terugkomen. Bijvoorbeeld de uitleg van moeilijke woorden of klanken laten uitspreken die dyslectische kinderen helpen met lezen. Digitaal is hier natuurlijk veel meer ruimte voor.
- Nu wordt het digitale gedeelte van Leeskwartier door de leerkracht bestuurd, die bij het schoolbord gaat staan. Hij kan wel eens iemand naar voren roepen. Wat zijn de mogelijkheden voor kinderen om meer zelfstandig te werken met de digitale middelen?
- Welke mogelijkheden zien wij in het product?
Brainstormen
Maandag 7 mei hadden we een brainstormsessie waar we onze ideeën iets concreter besproken. Zwijsen staat open voor het idee om iets niet-digitaals (het lezen) te stimuleren met digitale middelen. Dit was voor ons natuurlijk een heel belangrijk gegeven, aangezien mediawijsheid en 3.0 altijd gepaard gaat met digitalisering. Daarnaast vonden zij het juist interessant als wij los van eventuele financiële en praktische belemmeringen met het project aan de slag zouden gaan, alle ideeën waren welkom.
Uiteindelijk komen we tot de conclusie dat we vooral het spelelement en het competitie-element willen benadrukken. Daarnaast willen we ook aanvullen dat de kinderen elkaar nodig hebben, met elkaar spelen en ook elkaar helpen. Vanwege de verschillende groepen bij Leeskwartier kun je per klas voor een ander soort spelletje gaan, nu is het nog zo dat de digitale opdrachten vrijwel hetzelfde zijn.
